Beoordeling Urine

Beoordeling urine:

Kleur: normaal geproken is urine geel van kleur. Over het algemeen geldt, hoe geconcentreerder de urine is, hoe donkerder geel.
Een rode of bruine kleur kan wijzen op de aanwezigheid van bloed: rode urine: bijmenging van vers bloed; blaasgeruis, blaastumoren of urethraproblemen kunnen een oorzaak zijn. Een sliertje rood bloed in de urine kan nog wel eens afkomstig zijn uit de vulva, bij loopse teef. Bij konijnen en ratten kan rode urine worden gezien door kleurstoffen in de urine.

Vuilbruine urine: ‘koffie met veel melk’-kleur wijst op een ernstige bloedbijmenging in de blaas met oud bloed. Dit treedt ook op bij ernstige bloedafbraakprocessen zoals Babesiose, maandagziekte en ernstig trauma. Als bilirubine in de urine zit, kan na schudden en groenbruine schuim worden gezien.

Helderheid: bij de meeste diersoorten is urine normaal gesproken helder. Konijnen en paarden hebben een troebele urine.
Geur: elk diersoort heeft zijn eigen specifieke geur. Ammoniaklucht ontstaat als bacterien in deurine aanwezig zijn. Dit kan door besmetting achteraf, of bij een blaasontsteking. Een acetonlucht kan worden geroken als er ketonen voorkomen, bijvoorbeeld bij eendier met diabetes mellitus of anorexie.
Soortelijk gewicht (s.g): het soortelijk gewicht kan toenemen bij suikerziekte, en afnemen door diabetes insipidus, veel drinken, pyometra en lever- of nierziektes. Bij suikerziekte is de urine licht van kleur maar het soortelijk gewicht hoog door de hoeveelheid glucose in de urine.

Soortelijk gewicht:

Hond

1.015 – 1.045

Kat

1.020 – 1.040

Paard

1.025 – 1.060

Konijn

1.015 – 1.035

Varken

1.010 – 1.030

Schaap/Geit

1.015 – 1.045

Rund

1.025 – 1.060

PH: Normale urine van een hond of kat heeft een PH van 6-7. De urine van konijnen en cavia's is minder zuur; PH 7.4-8.4.
Schuimvorming: de uiterlijke beoordeling van urine sluiten we af met de controle op schuimvorming. Na het schudden van het buisje schuimt vrijwel elke urine. Blijft dit schuim gedurende langere tijd bestaan dan wijst dit op een verhoogde hoeveelheid eiwit in de urine. Blijft het schuim langere tijd staan en is dit geelbruin van kleur dan kan dit wijzen op een verhoogde concentratie van galzuren of galzure zouten. Dit komt vaak voor bij een verhoogde hoeveelheid van bilirubine.

Teststrip aflezen:

Urobilinogeen en bilirubine zijn galkleurstoffen en treden in verhoogde concentratie in de urine op bij processen die met leverstoornissen gepaard gaan. Doordat de bloedconcentraties ook verhoogd zijn, worden de weefsels geel.>icterus.
Ook bij ernstige en langdurige darmafsluitingen is het gehalte van deze stoffen in de urine verhoogd. Bij de hond komt ook in fysiologische omstandigheden een geringe hoeveelheid bilirubine voor in de urine.

Nitriet komt normaal niet voor in urine. Bij blaasontsteking komen veel bacteriën voor die het aanwezige nitraat in de urine omzetten in nitriet. Nitriet in de urine wijst dan ook op bacteriën in de urine. Dit kan door een blaasontsteking zijn, maar ook door te lang bewaren van de urine of bij het gebruik van niet steriel glaswerk bij het opvangen van urine. Naast aanwezigheid van nitriet geeft ook een verhoogde pH waarde, bloed in de urine of het sediment tekenen van een blaasontsteking aan. 

Voorkomende problemen:

Konijn:

·        SG van 1.003-1.010; dan is er vaak sprake van E. cuniculi in de nieren of stress / verveling

·        SG van 1.010-1.016; dan is er vaak sprake van nierfalen

·        SG van meer dan 1.035; dan is er vaak sprake van blaaszand of stenen

Hond

·        Ligt gele urine met s.g van 1.035  kan optreden bij suikerziekte

·        Toenemen bij suikerziekte, afnemen door diabetes veel drinken, pyometra, lever of nierziektes

Het urine sediment:

Urolithiasis = Het voorkomen van stenen en kristallen in de urinewegen.
Kristalurie =  Het voorkomen van kristallen in de urine.
Kristallen kunnen samengaan tot gruis en vervolgens tot stenen. Kristalvorming is afhankelijk van veel factoren, o.a. stress, mictiepratroon, dieet, zuurgraad en concentratie van de urine.

Kristallen in zure urine:

Cystine-kristallen: treffen we vooral aan bij reuen van middelbare leeftijd, met name bij teckel, pekinees en basset. Waarschijnlijk is het een erfelijke afwijking.

urine kristalvorming

Calciumoxalaat-kristallen: komen voor bij reuen van middelbare leeftijd. Kleine hoeveelheden hebben geen betekenis. Calciumoxalaten worden ook bij de kat gezien. Al deze kristallen blaasstenen vormen, zijn ze zeer pijnlijk vanwege de scherpe uitsteeksels van de stenen. Calciumoxalaat kristallen zijn onder de microscoop zichtbaar aan hun vierkante vorm met een kruisvorm erop, het zogenaamde kruis van Malta (lijkt op een envelop). Ze kunnen soms ook in basische urine worden gevonden.

Kristallen in basische urine:
Struvietkristallen: komen vaak bij katten voor. Bij het ontstaan van deze kristallen spelen stress, mictiepatroon, urineconcentratie en de urine-pH een grote rol. Ze zijn herkenbaar aan hun typische vorm: de zogenaamde doodskistdeksels. Een andere benaming voor deze kristallen is ammoniumtripelfosfaat-kristallen. Ze kunnen ontstaan bij lage temperatuur en bij bacteriegroei in het urinemonster.
Uraatkristallen: komen ook voor. Ze kunnen wijzen op een leverafwijking.
Calciumcarbonaatkristallen: zijn normale bestandelen in baschie urine van planteneters. Ze zijn vaak rond met een radiatie streping. Soms zijn ze haltervormig of kruisvormig. Deze kristallen horen aanwezig te zijn in paardenurine en konijnenurine. Ze komen niet voor bij de hond of kat.

Typering van kristallen geeft aanleiding tot een gerichte behandeling:

·        Struviet: dieetvoer dat de pH van de urine verlaagt, weinig magnesium en fosfor bevat en weinig eiwit bevat; eventuele blaasontsteking behandelen. Laat katten meer drinken, bijvoorbeeld door middel van een waterfontein, en laat ze meer bewegen, zodat ze vaker gaan plassen en urine minder lang de tijd heeft om uit te zakken.

·        Uraten: weinig eiwit voeren en eventueel medicijnen geven (allopurinol)

·        Cystine: weinig eiwit geven en eventueel medicijnen

·        Calciumoxalaat: operatief verwijderen van de stenen en een strikt dieet met een beperkt calciumgehalt.

Behandeling blaasontsteking:

·        Antibiotica Sulfatrim (sulfamethoxazol/trimethoprim)

25 mg sulfadiazine en 5 mg trimethoprim per kg lichaamsgewicht per dag

·        Pijnstiller Loxicom

0,1 mg meloxicam/kg lichaamsgewicht (d.w.z. 2 ml/10 kg lichaamsgewicht).

·        Urine na 10 dagen controleren